Deze website maakt gebruik van cookies om het bezoek aan de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen. U kan meer lezen over cookies in onze Privacy verklaring.

Belux

Blauwtong 

De eerste uitbraak van blauwtong werd in augustus 2006 vastgesteld. Sindsdien heeft de ziekte zich verspreid over grote delen van Europa. In 2007 werd vastgesteld dat de ziekte opnieuw rondging, met nieuwe gevallen in Nederland, Duitsland, België en vooral Frankrijk.

Alles uitvouwen
  • Blauwtong is een door insecten overgedragen virusziekte (geslacht Orbivirus, familie Reoviridae) van gedomesticeerde en wilde herkauwers. De klinische tekenen zijn bij schapen meestal ernstiger dan bij rundvee. Het virus dat in de zomer van 2006 in Noord-Europa aankwam was van het serotype 8, dat daarvoor uitsluitend in landen in bepaalde regio's van Afrika en Azië voorkwam.

    Momenteel zijn er 24 serotypen van het blauwtongvirus (BTV) bekend. Er zijn zes serotypen aanwezig in verschillende delen van Europa. Het betreft de BTV serotypen 1, 2, 4, 8, 9 en 16.

  • Rundvee: de ziektetekenen bij rundvee zijn meestal minder ernstig dan bij schapen en in sommige gevallen zijn er zelfs helemaal geen verschijnselen.

    • Onder de verschijnselen vallen uitvloeiing uit de neus en ogen, sterk speekselen en wonden op de tepels.
    • De productiviteit en vruchtbaarheid kunnen sterk aangetast zijn.
    Schapen: de ziektetekenen bij schapen kunnen sterk uiteenlopen
    • Sommige schapen vertonen nauwelijks verschijnselen, terwijl andere ernstig ziek kunnen worden en sterven. Het sterftecijfer kan meer dan 25% bedragen.
    • In de meeste gevallen is hoge koorts het eerste ziekteteken, gevolgd door zwelling en pijn in en rond de mond, wat op zijn beurt tot overmatig speekselen leidt. Zweren verschijnen aan de binnenkant van de wangen en aan de zijkant van de tong; het mondweefsel krijgt een rood-paarse kleur en de tong kan blauw worden – vandaar de naam blauwtong.
    • Bij sommige schapen kan de kop opzwellen. Ademhalingsproblemen, neus- en ooguitvloeiing, mankheid en gewichtsverlies zijn andere mogelijke verschijnselen.
    Geiten: de ziektetekenen bij geiten komen meestal overeen met die bij runderen. Ook geiten kunnen geen ziekteverschijnselen vertonen ondanks een besmetting met het virus.

  • De diagnose kan gesteld worden op grond van ziekteverschijnselen en epidemiologie, maar voor een definitieve diagnose kan bevestiging in een laboratorium nodig zijn.

  • Er bestaat geen doeltreffende behandeling.

  • Vaccinatie speelt daarom een erg belangrijke rol om te voorkomen dat dieren besmet worden en om de ziekteverspreiding tegen te gaan.

    • De vaccinatie dient vóór het begin van de risicoperiode, de tijd waarin knutten actief zijn, uitgevoerd te worden.
    • Zoveel mogelijk gevoelige dieren dienen in het risicogebied gevaccineerd te worden.
    • Vermits schapen gewoonlijk ernstigere ziektetekenen van blauwtong hebben dan runderen, dienen zowel schapen als runderen gevaccineerd te worden om het risico op ziekteverspreiding te verminderen.

    Het is onmogelijk gebleken om ziektedragende knutten uit te roeien, maar de activiteit van deze insecten kan verminderd worden door het vee met een insecticide te behandelen.

    • Insecticiden zoals de synthetische pyrethroïden kunnen in en rond de stallen of direct op het vee gebruikt worden om te helpen de knutten te bestrijden.