Deze website maakt gebruik van cookies om het bezoek aan de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen. U kan meer lezen over cookies in onze Privacy verklaring.

Belux

Vlooieninfestaties bij honden en katten 

Honden- en kattenvlooien

Een vlooieninfestatie wordt erkend als een ziekte-entiteit die ongemak veroorzaakt bij huisdieren (jeuk en irritatie) en vaak kan leiden tot allergische huidontsteking (dermatitis), wat jeukende wondjes met korstjes tot gevolg heeft (zg. allergische vlooiendermatitis). Vlooien kunnen ook als vector dienen voor infectieuze organismen (lintworm en Bartonella, de oorzaak van kattenkrabziekte).

Alles uitvouwen
  • Van alle uitwendige parasieten die op huisdieren worden aangetroffen, komen vlooien het vaakst voor. Ctenocephalides felis, de kattenvlo, is de vlooiensoort die op katten en honden het meest wordt aangetroffen. Een vlooieninfestatie is onaangenaam en kan gevaarlijk zijn voor dieren en hun eigenaren.

    De levenscyclus van de vlo beslaat een aantal weken tot een maand, hoewel vlooien onder de juiste omstandigheden nog langer kunnen leven. Tijdens hun levenscyclus ondergaan vlooien een complete metamorfose in drie fasen:

    • Volwassen vlooien springen op een gastheer (bijv. een kat, hond of mens) en beginnen zich binnen een aantal minuten te voeden met het bloed van hun gastheer. De vlooienbeten veroorzaken jeuk en irritatie en kunnen ernstige ziekten overbrengen.
    • Binnen de 48 uur beginnen de vlooien met het leggen van talloze eitjes, die snel van de gastheer in de omgeving vallen.
    • Deze eitjes ontwikkelen zich binnen enkele dagen tot larven. De larven houden niet van licht en kruipen meteen diep in vloerbedekkingen en kieren in vloeren, waardoor ze moeilijk te ontdekken zijn. De larven omhullen zich met cocons waarin ze zich ontwikkelen tot poppen. Wanneer de omstandigheden gunstig zijn, komen ze uit als nieuwe volwassen vlooien die klaar zijn om op een warmbloedige gastheer te springen. Daarna herhaalt de cyclus zich.

    Een enkel vrouwtje kan tot 50 eitjes per dag leggen. Binnen één maand kunnen 10 vrouwtjes samen tot 15.000 eitjes leggen. Het huisdier verspreidt de vlooieneitjes overal waar het gaat, zodat er in een huis al snel een plaag ontstaat. Een vlo kan in één sprong tot 33 cm ver springen. Infestatie van andere dieren en van mensen vindt dus eenvoudig plaats. Een vlo is 1 tot 2 mm lang, waardoor ze nauwelijks zichtbaar zijn. Voor elke 5 vlooien op een dier zijn er 95 vlooien verstopt in de omgeving (eitjes die van het dier vallen, bestaande eitjes en larven in de omgeving). Het totale huis, waaronder vloerbedekkingen, banken, bedden en de omgeving van het dier, kan zwaar besmet zijn met vlooieneitjes en larven, wat de oorzaak vormt voor toekomstige herinfestatie van het huisdier. Stofzuigen in huis zal slechts 50% van de eitjes en larven verwijderen, omdat ze diep in vloeren en tapijten verstopt zitten en verstrengeld zijn met de vezels. Vlooien kunnen tot 6 maanden in de omgeving overleven.

    Een enkele vlo zal zijn gastheer ongeveer 10 keer per dag bijten en tot 15 keer zijn eigen lichaamsgewicht aan bloed opnemen. Daarnaast beginnen vlooien snel na aankomst op hun gastheer met voeden: 25% van de vlooien neemt het eerste bloedmaal binnen 5 minuten en 97% binnen een uur. Dit betekent dat vlooien in het geval van een ernstige infestatie bloedarmoede kunnen voorzaken bij verder gezonde dieren, en in extreme gevallen zelfs de dood.

    • De klinische tekenen die vlooien veroorzaken kunnen verschillen en sommige dieren zullen zelfs bij een ernstige infestatie geen tekenen vertonen.

      Vlooienbeten veroorzaken heftige jeuk, wat kan leiden tot uitslag, ontsteking en haaruitval bij het dier. Vlooien kunnen ook infectieuze organismen met zich meedragen die overgebracht kunnen worden op andere dieren en zelfs op mensen. Als uw dier jeuk heeft en veel aan zijn huid of vacht krabt, bijt, schuurt of likt, kan hij een vlooieninfestatie hebben. Soms veroorzaken vlooien slecht een beetje irritatie bij uw dier, maar als uw hond of kat vaak wordt gebeten, kan dit (vooral bij jonge pups en kittens) na verloop van tijd leiden tot ernstige bloedarmoede.

      Sommige honden en katten reageren erg hevig op vlooienbeten. Ze ontwikkelen dan een allergische reactie (allergische vlooiendermatitis) tegen het speeksel van de vlo en hebben voortdurend jeuk, wat enorme irritatie en ongemak veroorzaakt. De jeuk leidt tot een overmatig krabben en likken, waardoor hun vacht vaak dunner wordt. Uiteindelijk kan dit leiden tot haaruitval, ontsteking van de huid en mogelijke infectie. Overgevoeligheid voor vlooienbeten is de meest voorkomende overgevoeligheid bij deze dieren. Tot 40% van de honden in een gebied endemisch voor vlooien produceert in enige mate antistoffen (IgE) tegen de allergieverwekkende bestanddelen in het speeksel van vlooien. De pruritus (jeuk) manifesteert zich bij getroffen dieren meestal op het achterlijf, waaronder de staartbasis, de dijen en de onderbuik. Bij katten zijn er ook vaak papels met korstjes te zien rond de nek. Het klinische patroon van vlooieninfestaties verschilt nogal: bij katten kan er bijvoorbeeld miliaire huidontsteking (talrijke kleine korstjes) en ernstige alopecia (kaalheid) optreden, en bij honden vochtig eczeem en jeukende, erythemateuze huidontsteking.

      Vlooien zijn kleine, platte, donkerbruine beestjes en kunnen ontdekt worden als kleine beestjes die in de vacht van uw dier rondkruipen of springen. U kunt ook kleine zwarte korreltjes aantreffen in de vacht van uw huisdier. Dit zijn de uitwerpselen van de vlooien.

      Overzicht van symptomen

      • Beperkte tekenen tot ernstige infestatie.
      • Krabben, jeuk, likken van de huid.
      • Haaruitval, korstjes.
      • Bacteriële huidinfectie.
      • FAD (Flea Allergic Dermatitis, een overgevoeligheid voor vlooienspeeksel).

    • Het is voor uw dier van essentieel belang dat u een vlooieninfestatie snel en effectief herkent en behandelt. Hoe weet u of uw dier vlooien heeft? Als uw dier zijn vacht meer dan normaal krabt, bijt en likt, dan kan hij een vlooieninfestatie hebben. Het kan ook zijn dat uw dier slechts beperkte symptomen heeft, maar dat u wel vlooien of vlooienpoepjes in de vacht gezien heeft.

      Voor een definitieve diagnose moeten volwassen vlooien en/of hun uitwerpselen gevonden worden. Omdat ze zo klein zijn, zijn vlooien vaak moeilijk te ontdekken. Het verwijderen van vlooien kan moeilijker zijn dan u denkt. U kunt de vacht van uw dier op vlooien controleren door er met een speciale vlooienkam doorheen te gaan. Kijk niet alleen uit naar vlooien, maar ook naar kleine, donkerbruine kruimeltjes (vlooienpoepjes) die eruit zien als fijne zwarte-peperachtige, kommavormige of gekrulde korreltjes. Dit zijn uitwerpselen van de vlooien die het bloed van uw dier bevatten. Om dit te bevestigen, plaats de korreltjes op vochtig wit keukenpapier: u zult roodbruine vlekjes zien verschijnen (dit is de hemoglobine die aanwezig is in de vlooienpoep).

      Overgevoeligheid voor vlooienbeten is de meest voorkomende overgevoeligheid bij deze dieren. Tot 40% van de honden in een voor vlooien endemisch gebied produceert IgE antistoffen tegen de allergieverwekkende bestanddelen in het vlooienspeeksel. De pruritus (jeuk) manifesteert zich bij getroffen dieren meestal op het achterlijf, onder andere rond de staartbasis, de dijen en de onderbuik. Bij katten kunnen er ook papels met korstjes te zien in de nek. De diagnose van allergische vlooiendermatitis wordt gesteld aan de hand van de voorgeschiedenis van het dier, de klinische tekenen en de aanwezigheid van vlooien of vlooienpoep. Bij het lichamelijk onderzoek zal gekeken worden naar vlooien of vlooienpoepjes op de hond of de kat, maar ook naar huidbeschadigingen en verspreiding van de dermatitis. Een intradermale huidtest met vlooienantigeen in een verdunning van 1: 1000 samen met een negatieve en een positieve controle kan uitgevoerd worden en zal een onmiddellijke positieve reactie opleveren bij de meeste dieren met een vlooienallergie. De reactie op een volledige anti-vlooienbehandeling wordt echter ook gebruikt.

      Omdat vlooien lintwormlarven met zich mee kunnen dragen, kan iedere hond of kat die een geïnfecteerde vlo inslikt ook besmet raken. Dit geldt ook voor mensen, en vooral voor kinderen. Wanneer een hond of een kat op een geïnfecteerde vlo kauwt en vervolgens het gezicht van een kind likt, dan kan er een larve van de lintworm via het speeksel van het huisdier door likken op het kind overgebracht worden. Als het kind de larve vervolgens inslikt, zal deze zich aan de darmwand van het kind hechten en zich daar ontwikkelen tot volwassen lintworm. Typische symptomen van een lintworminfectie zijn buikpijn, diarree en anale jeuk.

      Het is afdoende aangetoond dat vlooien de kattenkrabziekte overbrengen via bacteriën van het geslacht Bartonella. Hoewel de klassieke symptomen van de kattenkrabziekte (koorts en opgezwollen lymfeklieren) relatief onschuldig zijn, kunnen er ernstiger vormen van de ziekte voorkomen. Hieronder vallen gegeneraliseerde bacteriële infecties of plaatselijke gewrichtspijn en aandoeningen van het centrale zenuwstelsel. Een geïnfecteerde vlo kan een kat infecteren, die op zijn beurt weer een mens kan infecteren door te bijten of te krabben. Er wordt ook vermoed dat vlooien de ziekte direct op mensen kunnen overbrengen met hun beet.

    • Het is zeer belangrijk om de juiste manier te kiezen om vlooieninfestaties te voorkomen en om een dierenarts te raadplegen. Hoewel vlooienbestrijding de afgelopen jaren sterk verbeterd is, is een succesvolle bestrijding nog steeds een uitdaging. Er zijn verschillende maandelijkse behandelingen verkrijgbaar voor spot-on applicatie op de rug van het dier of voor orale toediening.

      Omdat het grootste gedeelte van de levenscyclus van de vlo niet op de gastheer plaatsvindt, is het belangrijk om zowel de omgeving als het dier te behandelen. Voor het snelste resultaat moeten huisdiereigenaren grondig stofzuigen, de slaapplek van het dier wassen en een verstuiver of spray gebruiken die vlooien in alle levensstadia aanpakt.

      Om uw kat of hond voor vlooien te behandelen, is het belangrijk om met deze 'onzichtbare' factoren rekening te houden. De behandeling moet zich richten op de volgende drie punten:

      • Volwassen vlooien op uw dier snel doden: kies een anti-vlooienmiddel dat de vlooien op uw dier snel doodt om jeuk, irritatie en het risico op ziekteoverdracht door volwassen vlooien tot een minimum te beperken. 
      • Vlooieneitjes doden om verdere besmetting van de omgeving te voorkomen: huisdieren met een vlooieninfestatie verspreiden constant talloze eitjes. Onthoud dat 10 vlooien binnen één maand tot wel 15.000 eitjes kunnen leggen! Om verdere infestatie van uw huis te voorkomen, moet u een vlooienbehandeling kiezen die ook de vlooieneitjes doodt.
      • Vlooienlarven doden zodat de reeds besmette omgeving wordt behandeld: 95% van de vlooien leeft in de omgeving. Een vlooienbehandeling die ook de vlooienlarven en bestaande eitjes doodt, zal u effectief helpen, af te komen van een vlooienplaag.
    • Nadat een infestatie is uitgeroeid, moet u uw huisdier blijven behandelen. U kunt het risico op vlooieninfestaties aanzienlijk verminderen door regelmatig een anti-vlooienmiddel te gebruiken. Proactieve preventie is van belang bij iedere aandoening. Omdat vlooien het hele jaar aangetroffen kunnen worden en zich snel vermenigvuldigen, is het belangrijk om uw huisdieren regelmatig te behandelen – meestal maandelijks. Vraag uw dierenarts of dierenartsassistenten om advies. Het is belangrijk om een behandeling te kiezen die eenvoudig is aan te brengen: vooral anti-vlooienmiddelen in pipetvorm zijn erg gemakkelijk aan te brengen en veilig voor dieren.

      Het is daarom belangrijk om huisdieren hun leven lang te behandelen tegen vlooien. Wanneer er dan vlooien uit eitjes komen die verspreid zijn door andere honden of katten of wilde dieren, en op een behandeld huisdier springen, zullen de vlooien gedood worden of zullen hun eitjes vernietigd worden. Op deze manier worden toekomstige vlooieninfestaties van deze geliefde huisgenoten dus voorkomen.