Deze website maakt gebruik van cookies om het bezoek aan de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen. U kan meer lezen over cookies in onze Privacy verklaring.

Belux

Vaccinatie van honden en katten

Overzicht van vaccinatiemogelijkheden

Veel ziektes kunnen vermeden worden door honden en katten een vaccinatieprogramma te laten volgen. De juiste vaccinkeuze op het juiste moment in het leven van het dier is van essentieel belang. In de tekst staan links naar uitgebreide beschrijvingen van de ziektes waartegen we vaccineren.

Alles uitvouwen
  • Epidemieën – een eeuwenlange plaag

    Vaccinatie wordt meestal gebruikt om ernstige infectieziektes te voorkomen. Deze kunnen levensbedreigend of ernstig verzwakkend zijn. Behandeling is in de meeste gevallen niet beschikbaar of erg moeilijk, langdurig of wisselvallig.

    Voor veel mensen is het grootschalige lijden en de massale sterfte als gevolg van een uitbraak van een infectieziekte een verre herinnering, en voor jongeren is het niet meer dan een moeilijk voor te stellen geschiedenisverhaal. Vaccinatie is inmiddels de hoeksteen van de hedendaagse preventieve geneeskunde en heeft grote successen geboekt.

    Het aantal ziektes bij honden en katten dat dankzij vaccinatie kan worden voorkomen, is in de loop van de jaren aanzienlijk toegenomen. De werkzaamheid en veiligheid waren altijd al goed – en worden voortdurend verbeterd, met name om vaccinatie op een jongere leeftijd mogelijk te maken.

    Wanneer een bepaald percentage van de bevolking eenmaal beschermd is (immuniteit na ziekte of na vaccinatie), verdwijnen deze ooit zo gevreesde ziektes uit de aandacht. Eigenaren kunnen een vals gevoel van veiligheid krijgen. Van tijd tot tijd zullen er echter onvermijdelijk uitbraken van de ziekte optreden die een gevaar vormen voor katten of honden.

    De ziektes waarvoor vaccins routinematig beschikbaar zijn, staan hieronder vermeld. Meer informatie over iedere ziekte kunt u vinden door op de links te klikken.

    Vaccins voor honden

    Ziekte

    Andere namen

    Verantwoordelijk micro-organisme

    Hondenziekte
    (meer informatie)

    Ziekte van Carré

    Hondenziektevirus

    Virale hepatitis
    (meer informatie)

     

    Infectieuze hepatitis bij de hond, Hepatitis contagiosa canis (HCC), besmettelijke leverziekte, ziekte van Rubarth.

    Canine adenovirus 1
    (CAV-1)

    Leptospirose
    (meer informatie)

     Ziekte van Weil

    Leptospira icterohaemorrhagiae, Leptospira canicula

    Parvo
    (meer informatie)

     

    Canine parvovirus

    Kennelhoest
    (meer informatie)

    Infectieuze bronchitis

    Eén of meer van de volgende: canine adenovirussen (CAV-1 en CAV-2), parainfluenzavirus, canine reovirus, canine herpesvirus, canine respiratoir coronavirus, Bordetella bronchiseptica.

    Rabiës
    (meer informatie)

    Hondsdolheid

    Rabiësvirus

    Vaccins voor katten

    Ziekte

    Andere namen

    Verantwoordelijk micro-organisme

    Panleukopenie
    (meer informatie)

    Kattenziekte, infectieuze enteritis

    Feline panleukopenievirus

    Niesziekte
    (meer informatie)

     

    Feline calicivirus, feline herpesvirus 1

    Feline leukemie
    (meer informatie)

    Kattenleukemie, leucose, FeLV

    Feline leukemievirus

    Chlamydiose
    (meer informatie)

    Chlamydia

    Chlamydophila felis

    Rabiës
    (meer informatie)

    Hondsdolheid

    Rabiësvirus

    Een vaccin stimuleert het afweermechanisme van het lichaam om tegen de ziekte te vechten. Elk vaccin bevat ten minste een fragment van de ziekteverwekker, levend of dood.

     Na toediening van het vaccin, reageert het lichaam van het dier alsof het een echte infectie is. Na 2 weken zal het dier immuniteit hebben ontwikkeld tegen dit specifieke micro-organisme. Deze vertraging is onvermijdelijk en een tweede injectie kan noodzakelijk zijn na 2-4 weken, vooral bij dode vaccins. Dit is nodig om een krachtige, langdurige bescherming te krijgen.

    Soms verschaft één ziekteverwekker kruisbescherming voor andere ziektes. Een voorbeeld hiervan zijn de canine adenovirussen CAV-1 en CAV-2.

  • Het doel van vaccinatie is om bescherming te bieden voordat het dier in aanraking komt met de ziekte. Vaccinatie na besmetting heeft weinig nut. Vaccinatie draait volledig om preventie.  

    De vaccintechnologie is zeer complex en de verschillende systemen hebben verschillende voor- en nadelen. Uw dierenarts zal daarom een vaccin en vaccinatiemethode kiezen die specifiek geschikt zijn voor uw dier, uw gezinssituatie en het plaatselijke ziekterisico. 

    Uw dierenarts zal u kunnen adviseren over een vaccinatieprogramma dat geschikt is voor uw dier en dat beschermt tegen ziektes die in uw buurt voorkomen. Een regelmatige boostervaccinatie is van essentieel belangrijk om de bescherming van uw dier op peil te houden.