Deze website maakt gebruik van cookies om het bezoek aan de website te analyseren en het gebruiksgemak te verhogen. U kan meer lezen over cookies in onze Privacy verklaring.

Belux

Acute pancreatitis

Acute (plotseling optredende) pancreatitis komt relatief veel voor bij honden en kan levensbedreigend zijn. Katten kunnen ook pancreatitis krijgen, maar bij hen zijn de verschijnselen anders. Met een vroege en juiste behandeling kan de ziekte meestal genezen worden, maar terugvallen kunnen voorkomen en pancreatitis kan chronisch worden.

Alles uitvouwen
  • De pancreas (alvleesklier) is een tere, zachte, vormeloze klier in het abdomen (de buik van het huisdier) die naast de lever ligt en aansluit op de maag en dunne darm. Deze klier produceert spijsverteringssappen (enzymen) en spuit deze in de dunne darm om te helpen bij het verteren van voedsel. De pancreas produceert ook insuline, een stof die de bloedsuikerspiegel reguleert, en andere hormonen die in de bloedbaan worden afgegeven.

    Het vrijkomen van deze sappen in de buik in plaats van in de darmen leidt tot een ontsteking van de pancreas en de naastgelegen organen, en heet pancreatitis. Het veroorzaakt plaatselijke klinische tekenen (buikpijn) en allerlei gegeneraliseerde klinische tekenen. Soms treden complicaties op elders in het lichaam (luchtweg- en hartproblemen, slechte bloedstolling, enz.) wanneer de aandoening zichzelf in stand houdt en het dier niet behandeld wordt.

    Wanneer deze ziekte zich plotseling voordoet wordt gesproken van ‘acute pancreatitis’. De klinische presentatie varieert van lichte tot ernstige verschijnselen. Chronische (langdurige) pancreatitis wordt gekenmerkt door wisselende, terugkerende ziekteverschijnselen en zal vaak volgen op een eerste aanval van acute pancreatitis.

    In het zeldzame geval dat ernstige, terugkerende pancreatitis optreedt, kan het letsel aan de pancreas aanzienlijk zijn. Het dier kan dan een functionele insufficiëntie ontwikkelen, wat betekent dat de pancreas onvoldoende hormonen (bijv. insuline) en spijsverteringshormonen aanmaakt. Dit kan leiden tot respectievelijk diabetes mellitus en exocriene pancreasinsufficiëntie.

    In de meeste gevallen van acute pancreatitis is de oorzaak onbekend. Oorzaken of risicofactoren voor pancreatitis zijn onder andere: buiktrauma (auto-ongeluk, val uit een boom), consumptie van zeer vet voedsel, een pancreastumor, bepaalde geneesmiddelen, een rasspecifiek verhoogd risico (bijv. dwergschnauzers), hormonale aandoeningen bij honden en andere abdominale ziektes (bijv. leverziekte bij katten).

    Honden die acute pancreatitis ontwikkelen zijn vaak middelbaar of senior en soms ook te zwaar. Sommige hondenrassen, zoals Cavalier King Charles-spaniëls, cockerspaniëls, collies en boxers, kunnen een verhoogd risico hebben op het ontwikkelen van chronische pancreatitis. Kortharige HTK-katten worden vaak getroffen door de acute vorm van pancreatitis.

  • De verschijnselen bij een hond met acute pancreatitis lopen vaak nogal uiteen in ernst en zijn niet specifiek voor de aandoening. Typische verschijnselen zijn: verlies van eetlust, lusteloosheid, braken en buikpijn. Sommige honden nemen een typische voorovergebogen positie aan (de 'spelbooghouding'), in een poging om de pijn te verlichten. Honden kunnen ook diarree, koorts en uitdroging vertonen en ernstiger klinische tekenen zoals onderhuidse bloedingen, bloed in het braaksel of in de ontlasting, hartritmestoornissen en ademhalingsproblemen, en shock (collaps) in geval van ernstige ziekte. Een ernstig getroffen hond kan overlijden aan deze ziekte.   
    Bij katten met pancreatitis zijn de verschijnselen veel minder ‘klassiek' en specifiek. Katten zijn soms alleen sloom en verliezen hun eetlust, maar ze kunnen ook braken en buikpijn hebben. Daarom wordt er minder vaak aan pancreatitis gedacht bij katten en is het bij katten moeilijker te diagnosticeren.

    Honden die lijden aan chronische pancreatitis zullen met tussenpozen minder ernstige verschijnselen vertonen zoals braken en buikpijn.

  • Het is zeer belangrijk om uw dierenarts te raadplegen als uw hond of kat klinische verschijnselen vertoont zoals braken, verlies van eetlust en sloomheid, en die al dan niet kunnen samengaan met andere ziektetekenen. Alleen een dierenarts zal een definitieve diagnose kunnen stellen.

    De dierenarts zal een volledig lichamelijk onderzoek uitvoeren en laboratoriumtests doen (vooral bloedtests). Mogelijk worden er ook een röntgenfoto en een echografie van de buik van uw dier gemaakt. Bij honden zal pancreatitis al snel vermoed worden wanneer het dier duidelijk buikpijn heeft en braakt.

    Er zijn echter een heleboel andere ziektes van de organen in de buik die vergelijkbare verschijnselen kunnen veroorzaken, zoals: maagontsteking, maagdarmontsteking, vreemd voorwerp in de darmen, acute vergiftiging, leverziekte, buikvliesontsteking en bloedvergiftiging. De diagnose kan daarom soms moeilijk te stellen zijn.

    Specifieke bloedonderzoeken, zoals het meten van de concentratie pancreasenzymen (bijv. specifieke lipase of amylase) in de bloedbaan, in combinatie met medische beeldvorming van de pancreas kunnen helpen bij het stellen van de definitieve diagnose.

  • De behandeling van pancreatitis bestaat meestal uit het toedienen van geneesmiddelen en heeft verschillende doelen. Deze zijn: de oorzaak indien mogelijk wegnemen, het vloeistofverlies aanvullen en de vochtbalans vervolgens onderhouden, de pancreas ontzien door de enzymafscheiding zoveel mogelijk te beperken, de klinische tekenen minimaliseren, de pijn zo goed mogelijk bestrijden en complicaties behandelen.

    Een van de belangrijkste onderdelen van de behandeling is het geven van vloeistoftherapie en het vasten van het dier. Het tegengaan van het braken en de diarree is ook een erg belangrijk aspect van de behandeling, omdat het verlies van vocht en zouten op zich al snel levensbedreigend kan worden. Anti-emetica (antibraakmiddelen) gaan het braken tegen, en sommige bestrijden effectief zowel het braken als de misselijkheid. Naast het toedienen van antibraakmiddelen is pijnbestrijding bij deze aandoening ook zeer belangrijk voor het verbeteren van de levenskwaliteit van het dier.

    Bij honden die een lichte pancreatitis hebben en niet ernstig uitgedroogd zijn, kan de vloeistoftherapie onder de huid gegeven worden (subcutane injectie). Om uitdroging zo goed mogelijk te behandelen, moet het dier meestal echter worden opgenomen in de kliniek voor intraveneuze toediening van vloeistoffen. Het dier kan 48 tot 72 uur volledig gevast worden. Om te verzekeren dat de pancreas ontzien wordt en geen enzymen gaat aanmaken, mag de hond geen voedsel eten of zelfs maar voedsel ruiken. Op zijn vroegst 24 uur nadat het dier voor het laatst gebraakt heeft, kan voorzichtig begonnen worden met het geven kleine hoeveelheden zeer gemakkelijk te verteren, vetarm voedsel. In sommige gevallen zal een speciale methode van voeren gebruikt moeten worden (bijv. via een slangetje dat direct in de dunne darm geplaatst wordt).

    De dierenarts zal beslissen of er nog andere geneesmiddelen gegeven moeten worden. Nauwlettende controle van honden die zijn opgenomen met pancreatitis is ook erg belangrijk, zodat de orgaanfunctie in de gaten kan worden gehouden en een eventuele achteruitgang ondervangen kan worden.

  • Er kan weinig gedaan worden om acute pancreatitis te voorkomen. Het geven van een onderhoudsvoeding van goede kwaliteit, het vermijden van zeer vet voedsel en het zoveel mogelijk vermijden van het eten van ander voedsel dan katten- of hondenvoer is echter heel belangrijk.